
Dagbladjournalisten in de Verenigde Staten solliciteren zich rot naar een veiliger en beter betaalde baan in de public relations. Tegelijkertijd kiezen studenten eerder voor een opleiding in de pr dan voor een journalistieke studie.
Oorzaak: een sterk veranderend medialandschap waarin kranten het moeilijk hebben door tegenvallende advertentie-inkomsten, dalende oplagen en dientengevolge harde bezuinigingsmaatregelen die vooral de redactiebudgetten treffen.
Cijfers ontbreken over de situatie in Nederland maar wie in medialand ogen en oren de kost geeft ontdekt moeiteloos eenzelfde trend. Ook de journalistenopleidingen ontspringen de dans niet, maar lijken zich vooralsnog geen ernstige zorgen te maken. Wel ontstaat bij deze opleidingen een nieuw type student, dat zich in de communicatiemarkt breder oriënteert dan louter op een baan in de (dagblad)journalistiek. Of is hier sprake van een self-fulfilling prophecy? De vicieuze cirkel kan immers ook bij de bron beginnen.
In de Verenigde Staten voelt menig printjournalist zich zo bedreigd in zijn totnutoe veilige bestaan dat hij of zij zelfs besluit om de journalistiek helemaal vaarwel te zeggen en naar een andere job uit te kijken. Een rapport dat vorige week verscheen in Editor & Publisher, America’s oldest Journal Covering the Newspaper Industry, illustreert hoe ‘the hard economic times for print journalism’ journalisten en studenten journalistiek doen besluiten hun heil in de pr te zoeken. Het blad interviewde voormalige journalisten die nu in pr hun brood verdienen, pr-directeuren en docenten van Syracuse’s Newhouse School of Communications. Ze zijn het hartgrondig met elkaar eens: er is sprake van een trend die onomkeerbaar lijkt. Op pr-kantoren regent het sollicitaties van journalisten die plotseling geen afkeer meer hebben van pr of voorlichting. De voorzitter van de Public Relations Society of America, Jeff Julien, snapt het allemaal wel: “Nu de traditionele media veranderen zijn er zeker minder functies voor verslaggevers. Ze zitten in hun rats en vragen zich af wat ze moeten gaan doen. Al heel snel komen ze vervolgens tot de conclusie dat pr een logisch alternatief is.”
Voormalige journalisten vertellen Editor & Publisher waarom ze de overstap maakten: “Als je geen plezier hebt en te weinig geld verdient, waarom zou je dan nog stukjes voor een krant blijven schrijven?”
Monica Roberts, directeur van de journalistenopleiding aan de Syracuse University, constateert dat steeds meer studenten voor een studie pr kiezen omdat ze wat ze tijdens die studie aan kennis en vaardigheden krijgen aangereikt veel beter past bij de veranderde omstandigheden in de communicatiemarkt. “Ze beseffen dondersgoed wat er gaande is in de krantenwereld van vandaag.” Tegelijkertijd hoort ze van studenten die een jaar of twee drie geleden als journalist afstudeerden dat ze inmiddels switchten naar een betrekking in de pr.
Wiel Schmetz, directeur Fontys Hogeschool Journalistiek, herkent zich slechts gedeeltelijk in het Amerikaanse rapport. Wel noemt hij het kenmerkend dat Hbo-studenten journalistiek tegen de achtergrond van de onzekere arbeidsmarkt kiezen voor een vervolgstudie aan een universiteit. De laatste jaren schommelt dit aantal tussen de 25 en 30%. Ongeveer 46% (blijkt uit een steekproef onder afgestudeerden van 2006-2007 uit Tilburg) vindt betaald journalistiek werk en 27% heeft betaald niet journalistiek werk. Dit laatste kan van alles zijn, waaronder voorlichting en pr-werkzaamheden.
Niet voor het geld
Hij heeft niet de indruk dat studenten voor het geld of vanwege de carrière liever de pr in gaan. Studenten kunnen naast journalistiek kiezen voor een opleiding Hbo-communicatie, of voor een van de mediamanagementopleidingen die sinds een aantal jaren in Nederland worden aangeboden. “De opkomst van de mediamanagementopleidingen is niet ten koste gegaan van de opleidingen journalistiek.”
In Nederland merken de opleidingen journalistiek volgens Schmetz dus niets van een teruglopende belangstelling voor het journalistieke vak. “Dit jaar is de belangstelling voor de vier opleidingen journalistiek vergeleken met vorig jaar zelfs toegenomen, met 200 tot 1550 studenten.”
De opleidingen wijzen in hun voorlichting op de relatief slechte arbeidsmarkt, vooral bij de geschreven pers. Dat weerhoudt jonge mensen er niet van toch voor de opleiding te kiezen. Een relatief grote groep studenten geeft aan voor journalistiek te kiezen omdat ‘je daar later veel kanten mee op kunt’. Voor een groot deel staat werken in een nieuws- en mediawereld nog steeds voorop.
Liefde voor taal
De belangstelling voor de afstudeerrichting dagblad daarentegen is wel sterk teruggelopen. “Studenten kiezen vooral voor tijdschrift en televisiejournalistiek. De onstuitbare opmars van internet valt niet samen met een grote belangstelling voor deze richting op de opleidingen. Dat is opmerkelijk. Studenten zien werken in een webwereld niet als een primaire uitdaging voor journalisten. De webwereld is voor hen een vanzelfsprekende wereld waarin ze altijd wel aan de slag kunnen.”
De opleidingen hebben het leren werken in een webomgeving als algemeen onderdeel in hun curriculum opgenomen. Daarnaast is leren werken in een crossmediale omgeving (kunnen omgaan met av-middelen en kennis hebben van alle typen media) een centraal uitgangspunt voor de Tilburgse opleiding journalistiek. De opleiding biedt onderwijs aan in een praktijkomgeving waarin voorbereid wordt op een journalistieke functie in de mediasector. Dat spreekt volgens Schmetz op open dagen zeer aan bij de groep studenten die op zoek is naar een interessante, brede opleiding met een interessant beroepsperspectief.
“Maar aankomende studenten krijgen ook te horen dat de opleiding een journalistieke houding voorop stelt en dat gevoel en liefde voor taal van groot belang zijn. Daar selecteren we in Tilburg in het eerste jaar op.”
Creativiteit
De opleiding in Tilburg richt zich niet tot een specifieke groep aankomende studenten. Ongeveer 65% is afkomstig van HAVO, 25% van VWO en 10% heeft een Mbo-opleiding afgerond. De aankomende studenten wordt voorgehouden dat ze belangstelling moeten hebben voor wat er in de wereld gebeurt, dat ze geboeid moeten zijn door media, dat ze het nieuws moeten volgen, dat ze gepaste brutaliteit moeten tonen en een beetje lef moeten hebben. “De laatste jaren voegen we daar ‘creativiteit’ en zoiets als een ‘persoonlijke gekte’ aan toe, die ze via weblogs of andere producten kunnen en mogen laten zien.”
Tilburg maakte onlangs een opvallende keuze om meer aan bedrijfsjournalistiek te gaan doen. Schmetz licht toe waarom: “Er is veel werkgelegenheid in deze sector, die heeft aangegeven te willen professionaliseren. De bedrijfsjournalistieke sector is een markt voor ons die wij juist in de context van professionalisering goed kunnen bedienen. Net als de sector van vakbladen, waar we nog te weinig oog voor hebben.”
Afgestudeerden vinden ook werk bij Van den Ende in een breed spectrum van zich diverterende tot infotainmentachtige programma’s. “Studenten kunnen bij dit soort programma’s, zoals ook RTL Boulevard, stage lopen. Men drukt ons vanuit deze hoek op het hart de studenten vooral journalistiek te blijven scholen. Ook hun vraag begint bij een journalistieke kijk op de wereld en bij het beheersen van journalistieke vaardigheden. Enig tekort is, wordt wel gezegd, dat voor deze sector de journalistiekstudent te weinig commercieel gericht is. Hij moet meer kunnen denken in termen van behoeftes van doelgroepen. Die opmerkingen horen we ook wel vanuit de tijdschriftensector, en de laatste tijd ook uit de dagbladhoek.”
Fontys Hogeschool Journalistiek is daarnaast doende het curriculum sterker te richten op crossmedialiteit en webgericht werken. “Ook hier meer aandacht voor commercieel denken, waardoor we een bredere markt kunnen bestrijken.”
Hoewel studenten volgens Schmetz langzaam maar zeker zich wat commerciëler zouden moeten opstellen, althans wat zakelijker zouden moeten gaan denken, ziet hij tegelijkertijd tot zijn tevredenheid dat zijn studenten zich nog steeds betrokken voelen bij de wereld, althans bij ‘hun’ wereld. “Dat neemt zelfs weer toe. Milieuproblematiek, CO-2, wel of niet naar China, solidariteit met Afrikaaanse gebieden, armoede in eigen land, drugsverslavingsproblematiek, politieke besluitvormingsprocessen, het is er allemaal nog.”
Zo resteert wellicht nog hoop. Mits er printmedia blijven bestaan die hun artikelen willen publiceren.
Kees Haak