Geen aparte gedragscode voor internet-journalistiek
door Jan van Groesen
Een afzonderlijke gedragscode voor online journalistiek is niet wenselijk. Niet om principiële redenen: in de internet-journalistiek doen zich geen specifieke ethische problemen voor die een aparte aanpak of code rechtvaardigen. Maar ook niet om praktische redenen: de verschillen in journalistieke werkwijze tussen de traditionele media en de online media zijn niet dusdanig dat de bestaande gedragscodes niet toereikend zouden zijn. Bovendien werken journalisten in toenemende mate voor uiteenlopende media, wat een aparte online code op zijn minst onhandig maakt.
Dit is de uitkomst van breed wetenschappelijk onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam( UvA) in opdracht van de Stichting Media-Ombudsman Nederland naar journalistieke gedragscodes heeft verricht. Het onderzoek zal worden gevolgd door studies naar de effectiviteit van journalistieke codes en de rol van ethische normen in de Nederlandse journalistieke praktijk. De resultaten hiervan zullen in de loop van 2010 en 2011 worden gepubliceerd.
Het onderhavige onderzoek is en wordt uitgevoerd door dr. Richard van der Wurff en prof. dr. Klaus Schönbach, beiden werkzaam aan de afdeling Communicatiewetenschap van de UvA. Hun bevindingen over een online code zijn gebaseerd op een Delphi-studie waaraan 60 Nederlandse experts op het terrein van de journalistiek hebben deelgenomen. De Delphi-studie is wereldwijd het eerste wetenschappelijke onderzoek van zijn soort naar journalistieke gedragscodes.
Uit de studie is naar voren gekomen dat online journalistiek uiteraard een nieuwe vorm van berichtgeving is die met behulp van nieuwe technologie in een nieuwe omgeving tot stand komt. In die nieuwe omgeving komen publiek en journalistiek meer op gelijke voet te staan en neemt de vraag naar journalistieke transparantie en aansprakelijkheid toe. Maar, zo stellen de experts, online journalistiek is vooral ook gewoon “journalistiek”. Dat blijkt niet alleen uit antwoorden op rechtstreekse vragen. Maar ook indirect, doordat vragen over het gedrag van de journalistiek in het algemeen, en van de online journalistiek in het bijzonder, door de experts steeds op dezelfde wijze worden beantwoord. Kortom, de online journalistiek moet zich volgens de experts aan dezelfde normen houden als de journalistiek in brede zin.
De UvA-onderzoekers hebben overigens wel vastgesteld dat de gebruikelijke journalistieke codes niet meer geheel up-to-date zijn , met name wat betreft de normen van transparantie en begrijpelijkheid. Transparantie blijkt een typische hedendaagse norm, die aan belang heeft gewonnen door veranderingen bij het publiek en de opkomst van online berichtgeving. Begrijpelijkheid van de berichtgeving is al langer belangrijk. Explicatie van deze norm laat opnieuw zien dat het publiek meer serieus moet worden genomen.
De nieuwsombudsman als instrument van zelfregulering
De nieuwsombudsman die actief is bij afzonderlijke media om klachten van de nieuwsconsument te behandelen, kan een efficiënt instrument zijn van journalistieke zelfregulering. Voorwaarde is wel dat de ombudsman een ervaren journalist of mediadeskundige is die fulltime als huiscriticus het journalistieke product beoordeelt. Hij moet in volledige onafhankelijkheid opereren. Hij moet losstaan van de redactie en mag niet deelnemen aan redactieberaad. De ombudsman toetst de journalistieke productie aan vigerende standaarden van ethiek en deelt zijn analyses en vrije oordeel met het publiek.
Dit is het resultaat van nationaal en internationaal onderzoek dat de Stichting Media-Ombudsman Nederland in samenwerking met Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg naar het fenomeen nieuwsombudsman heeft verricht. Het resultaat is opgenomen in een Nederlandstalig rapport, getiteld “De Nieuwsombudsman, waakhond of schaamlap?” en een Engelstalige versie, onder de titel “The News Ombudsmen, watchdog or decoy?”.
Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwsombudsman in vele verschillende gedaanten voorkomt, variërend van huiscriticus tot PR- en marketingfunctionaris. In die laatste hoedanigheid komt een ombudsman de journalistieke zelfregulering niet ten goede. Verder toont het onderzoek aan dat de positie van nieuwsombudsman wereldwijd onder druk staat. In een tijd van krimpende budgetten, van de revolutionaire opkomst van digitale media en van het gemak waarmee direct emailcontact kan worden gelegd tussen consumenten en journalisten, zijn nieuwsombudslieden kwetsbare doelen voor kostenbewuste managers. Waren er in Nederland twee jaar terug nog 12 ombudsmannen en/of lezersredacteuren actief, inmiddels is dit teruggelopen tot vijf. Zeer recentelijk is ook bij de NOS de nieuwsombudsman verdwenen.
Om de effectiviteit van de nieuwsombudsman te meten, zijn in dit onderzoek deelstudies verricht naar de columns van de ombudsman van de NOS, van de Volkskrant en van de voormalige lezersredacteur van het Rotterdams Dagblad.
De onderzoeksbevindingen rechtvaardigen de conclusie dat de nieuwsombudsman een van de meest praktische en efficiënte vormen van journalistieke zelfregulering kan vertegenwoordigen en als zodanig bijdraagt aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de nieuwsmedia.
(27-7-2010)
(NB. Het UvA-rapport over een aparte gedragscode voor online journalistiek, kan worden verkregen bij ASCoR, Amsterdam School of Communication Research, van de Universiteit van Amsterdam 020- 5252216, of bij de Stichting Media-Ombudsman Nederland 070-3684460.
Het rapport over de nieuwsombudsman is te verkrijgen bij de uitgeverij AMB in Diemen.
De Nieuwsombudsman, waakhond of schaamlap? ISBN 97890 79700 11 0
The News Ombudsman, watchdog or decoy? ISBN 97890 79700 20 2 )