Dossiers


Media laten zich meeslepen door de mantra van de politiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

De effectiviteit van journalistieke codes: een literatuurstudie

door Richard van der Wurff en Klaus Schoenbach
Lees verderverder

Effectiviteit van journalistieke codes (PDF 507 Kb)

Dr. Richard van der Wurff Prof.dr. Klaus Schoenbach
Lees verderverder

MON en ONO willen ombudsman NOS terug

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Geen aparte gedragscode voor internet-journalistiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Threats to ethical journalism in the New Media age

door Prof. dr. Edward Wasserman
Lees verderverder

Hoger-onderwijs-pers kalft af door internet

Door Frans Godfroy

 
'Over tien jaar bestaan onze bladen niet meer', luidde een van de stellingen tijdens het jaarsymposium voor redacties van universiteits- en hogeschoolbladen in maart van dit jaar. Dat geluid werd niet voor het eerst gehoord. Ook bij eerdere gelegenheden gooide hoofdredacteur Jim Jansen - vorig jaar overgestapt van Havana (Hogeschool van Amsterdam) naar Folia (Universiteit van Amsterdam) - die knuppel al in het hoenderhok.
Het is niet moeilijk zich het bange voorgevoel achter die waarschuwing voor te stellen. Immers, het bedrukte papier moet ruimte maken voor het internet, en de redacties in het hoger onderwijs vrezen dat ze via dat medium het nakijken hebben. De enorm uitgedijde marketing- & communicatieafdelingen hebben de websites van de universiteiten en hogescholen stevig in hun greep: voor de journalistiek geleide redacties is daar straks geen doorkomen meer aan. Vasthoudend maar niet zonder reden houdt Jansen zijn collega's dit spookbeeld van journalistieke afkalving voor.
Dat veel hoger-onderwijs-bladen de internetomwenteling lange tijd aan zich voorbij hebben laten gaan, valt niet te ontkennen. Blijkbaar waren er jarenlang te weinig prikkels om zich een volwaardige plaats in het digitale universum te veroveren. Enkele uitzonderingen daargelaten wisten de redacties weinig beters te verzinnen dan een website waarop de wekelijkse of veertiendaagse papieren uitgave digitaal werd geprojecteerd. Als ze zich al op het internet manifesteerden. De publieksmedia, aanvankelijk ook tamelijk terughoudend, waren in dat opzicht heel wat voortvarender. Pas de laatste paar jaar zijn steeds meer redacties van universiteits- en hogeschoolbladen ertoe overgegaan dagelijks nieuws aan te bieden. Ook wordt er op sommige websites nu serieus werk gemaakt van opinie en debat.
Voor die trage reactie op de zich veranderende omgeving is moeilijk een simpele, eenduidige verklaring te geven. In de academische wereld waarbinnen de bladen opereren, lag en ligt een rijkdom aan internetgerelateerde kennis en kunde voor het oprapen. En dat tegen - zeker voor interne klanten - relatief lage kosten. De marketing- en communicatieafdelingen, die zich de websites van de instellingen tot hun speelveld maakten, hebben bewezen dat het daaraan niet kan hebben gelegen.
Dat de redacties van de bladen de digitale boot misten moet aan andere factoren worden geweten. Hun min of meer onafhankelijke positie - vaak tegen de verdrukking in overeind gehouden - lijkt zich op dit punt tegen hen te keren. Binnen de instellingen hebben de bladen doorgaans een status aparte. Dat weerspiegelt zich in de cultuur op de redacties. Redacteuren stellen zich eerder op als relatieve buitenstaanders dan als collega's. Gezien hun journalistieke taak begrijpelijk en zelfs aanbevelingswaardig. Maar de tol is niet zelden een positie in de marge van de organisatie, zeker sinds de democratiseringsgolf van de jaren zeventig, waarop de bladen hun relatief onafhankelijke en soms invloedrijke positie verwierven, is weggeëbd. Bij de strategische keuzes die de instellingen tegenwoordig maken in de ontwikkeling van hun marketing- en communicatiebeleid zitten de redacties niet aan tafel. In ontwikkelings- en investeringsbeslissingen spelen de bladen daardoor geen rol van betekenis.
Maar geeft de onafhankelijke positie de redacties dan niet juist een kans om buiten de academische bureaucratie om hun redactionele activiteiten op het internet te ontwikkelen? Zeker. Veel redacties hebben de ontwikkeling van hun websitevoorzieningen met meer of minder succes uitbesteed aan particuliere bedrijfjes, daarmee de veelal rigide instellingsprotocollen omzeilend. De onafhankelijke koers en ‘een eigen gezicht’ leken zo ook het best gediend.
De keerzijde van die ontwikkeling is dat de gemarginaliseerde plaats van de bladen binnen de instellingen ook op het internet wordt bevestigd. Wie inlogt op een homepage van een willekeurige universiteit of hogeschool zal in negen van de tien gevallen vergeefs zoeken naar de link met het instellingsblad. Tegelijk spat het 'laatste nieuws' van het scherm, maar bij lezing blijkt dat laatste nieuws uitsluitend de promotionele boodschappen van de pr-afdeling te bevatten.
Die ontwikkeling is zo ver voortgeschreden dat sommige colleges van bestuur zelfs helemaal geen nieuwsfunctie meer voor de onafhankelijke bladen zien weggelegd. Het Leidse universiteitsblad Mare dreigde vorig jaar zijn nieuwsfunctie kwijt te raken aan de pr-afdeling. Een kwestie van efficiency, meende het college van bestuur. Er was een heuse protestcampagne voor nodig, met prominente Nederlanders en al, om het tij te keren.
Een andere tendens, die vooral de kop opsteekt als weer eens een adviesbureau de communicatiefuncties van de instelling is komen doorlichten, is het idee dat het wel handig is om een 'redactiepool' op de marketing- en communicatieafdeling alles te laten schrijven wat los en vast zit: folders, brochures, persberichten, aankondigingen én de bladen. Dat in zo'n redactiepool de journalistieke onafhankelijkheid ten onder gaat en daarmee de betrouwbaarheid van de nieuwsvoorziening, legt blijkbaar onvoldoende gewicht in de schaal.
Een variant is een door de instelling bij zo'n extern bureau ingehuurde redactie, die onder verantwoordelijkheid van de directeur marketing en communicatie het instellingsblad produceert. Die stap is gezet door het bestuur van Hogeschool Inholland, dat zich de afgelopen jaren ook op andere gebieden kampioen modern autoritair bestuur heeft getoond.
Er is dus alle reden tot zorg voor wie de journalistieke bladen in het hoger onderwijs een warm hart toedraagt. Tegelijk toont de opschudding rond Mare aan, dat instellingsbesturen hun onafhankelijke bladen niet zonder meer aan de kant kunnen schuiven. Ook al vormt de geest van mei '68 veertig jaar na dato niet meer de voedingsbodem waarop de onafhankelijke bladen als vanzelf gedijen, als het erop aankomt kunnen ze blijkbaar op een altijd sluimerende aanhang rekenen. De desastreuze neergang van de eerstejaarsinstroom bij Inholland de afgelopen jaren is eveneens een hoopvol signaal. De reputatie van deze omhooggevallen hbo-gigant lag als gevolg van arrogant en autoritair optreden van het college van bestuur aan diggelen; daar hielp geen pr-praatje meer aan. Daaruit blijkt dat personeel en studenten in het hoger onderwijs zich als puntje bij paaltje komt niet met een kluitje in het riet laten sturen. Ze willen op een volwassen manier tegemoet worden getreden, en een serieus te nemen journalistiek blad hoort daarbij.
Voor de overlevingskansen van de hoger-onderwijs-bladen is dat betekenisvol. Weliswaar kunnen zij door autoritaire bestuurders en managers in gegeven situaties in het gedrang komen en zelfs kopje onder gaan. Wie een risicoloos bestaan zoekt op een redactie van een universiteits- of hogeschoolblad kan van een koude kermis thuiskomen. Dat betekent echter niet dat de bladen ten dode zijn opgeschreven, zoals Jim Jansen voorspelt. Op de lange duur is namelijk de marktwerking van het verstand doorslaggevend: universiteiten en hogescholen die geen vrij debat en de daarvoor noodzakelijke onafhankelijke nieuwsvoorziening toestaan, prijzen zichzelf uiteindelijk uit de markt. Redacties mogen het dan soms moeilijk hebben het hoofd boven water te houden, met dat perspectief voor ogen blijft het ook de komende jaren voor de redacties een interessante uitdaging hun bestaansrecht temidden van de academische bureaucratie te verdedigen.
 
 
Frans Godfroy is hoofdredacteur van Delta, de universiteitskrant van de TU Delft.