Dossiers


Media laten zich meeslepen door de mantra van de politiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

De effectiviteit van journalistieke codes: een literatuurstudie

door Richard van der Wurff en Klaus Schoenbach
Lees verderverder

Effectiviteit van journalistieke codes (PDF 507 Kb)

Dr. Richard van der Wurff Prof.dr. Klaus Schoenbach
Lees verderverder

MON en ONO willen ombudsman NOS terug

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Geen aparte gedragscode voor internet-journalistiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Threats to ethical journalism in the New Media age

door Prof. dr. Edward Wasserman
Lees verderverder

DE EFFECTIVITEIT VAN JOURNALISTIEKE CODES: EEN LITERATUURSTUDIE

door dr. Richard van der Wurff en prof.dr. Klaus Schoenbach

 

Journalistieke codes worden regelmatig naar voren geschoven als instrument om de kwaliteit van de journalistiek te bevorderen. Codes maken intern – binnen de journalistieke professie, als instrument van zelfregulering – en extern – als onderdeel van de journalistieke accountability jegens de maatschappij – duidelijk welke normen in de berichtgeving nagevolgd zouden moeten worden. Maar hoe effectief zijn codes nu eigenlijk? Hebben zij een positieve invloed op de dagelijkse nieuwsvoorziening?

Onderzoek laat zien dat codes over het algemeen functioneren als richtlijn of leidraad – omdat het principieel onmogelijk is om in concrete regels vast te leggen welke journalistieke gedragingen in welke specifieke situaties de voorkeur hebben. Zo geven codes zelden aan hoe journalistieke normen als waarachtigheid en bescherming van de privacy tegen elkaar moeten worden afgewogen. Slechts in beperkte mate kunnen codes ook als reglement functioneren, voor zover duidelijke en navolgbare normen kunnen worden voorgeschreven die geen uitzondering behoeven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een absoluut verbod op het aannemen van giften.

Journalistieke codes spreken in eerste instantie de individuele journalist aan. Zij wekken daarmee de indruk dat vooral de individuele journalist verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de nieuwsvoorziening. Ook de nadruk die in debatten vaak gelegd wordt op de autonomie en het morele oordeels-vermogen van de individuele journalist, wijzen in die richting.

De speelruimte voor individuele ethische beslissingen is in de praktijk echter vaak klein. Routines, bronnen, beschikbare hulpmiddelen, redactioneel beleid en andere omstandigheden waaronder journalisten werken, drukken een groot stempel op hun werk en daarmee op de kwaliteit van de nieuwsvoorziening. Zo wordt vaak de toenemende werkdruk geïdentificeerd als bron van afnemende kwaliteit. Elke vorm van zelfregulering die aan deze bredere invloeden voorbij gaat – bijvoorbeeld door, zoals gezegd, te veel en vooral exclusief op de individuele moraal van de journalist te vertrouwen – zal daardoor al snel tegen haar grenzen oplopen.

 

Redactionele codes

Een uitgebreide inventarisatie van – vooral Amerikaans – onderzoek naar de werking van codes in de journalistiek laat zien dat redactionele codes een niet te onderschatten waarde hebben, vooral van symbolische aard. Hun rol is vooral indirect. Zij brengen de ethische cultuur op een redactie tot uitdrukking, bepalen het speelveld waarbinnen de ethische discussie zich afspeelt, en wijzen betrokkenen op kwesties die nadere discussie behoeven. De daadwerkelijke impact van codes, echter, hangt sterk af van de houding van de redactionele en organisationele leiding ten opzichte van ethische vraagstukken

Ook extern hebben redactionele codes vooral een indirecte betekenis. Andere arrangementen, zoals het instellen van ombudslieden en het verhogen van de journalistieke transparantie lijken meer geschikt om de banden met het publiek aan te halen en verantwoording af te leggen. Uiteraard kunnen ombudslieden en journalisten daarbij wel verwijzen naar hun codes. Daarbij is die externe functie betrouwbaarder naarmate codes intern beter functioneren, dat wil zeggen, naarmate de in de code vastgelegde normen in de praktijk ook daadwerkelijk worden nageleefd.

 

Nationale codes

Onderzoek levert ook weinig bewijs op voor de veronderstelling dat nationale professionele codes veel effect hebben op de dagelijkse werkwijze van journalisten. Net als redactionele codes moeten nationale codes vooral gezien worden als uitdrukking van het (in dit geval) nationale debat binnen de professie. De afstand van dat debat tot de dagelijkse journalistieke praktijk is groter, en de invloed daarmee waarschijnlijk kleiner, dan bij redactionele codes het geval is.

Reacties van journalisten op rechtszaken laten zien dat zij eerder defensief op externe regels reageren, met name door zich beter in te dekken, dan dat zij hun werkzaamheden fundamenteel veranderen. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat journalisten anders om zullen gaan met regels uit een (verplichtende) nationale beroepscode – zolang die code niet is ingebed in een “ethische omgeving” die, voor zover het bestaande onderzoek dat laat zien, eigenlijk alleen op redacties bestaat.

 

Redactioneel kwaliteitsbeleid

Op basis van deze bevindingen stellen wij voor na te denken over richtlijnen of beleid die kwaliteitsnormen op het niveau van de redactie of nieuwsorganisatie vastleggen. Met zo’n kwaliteitsbeleid kunnen redactie en de nieuwsorganisatie zich committeren een ethische cultuur te bevorderen en individuele medewerkers te faciliteren op een ethische manier journalistiek te bedrijven. Maar analoog aan andere certificeringen, zou dergelijk beleid eerder vast kunnen leggen op welke wijze organisaties systematisch de kwaliteit van de journalistiek bewaken en bevorderen, dan precies te bepalen welke journalistieke normen door journalisten in een bepaalde situatie zouden moeten worden nageleefd.

Een van de uitdagingen waarvoor nieuwsorganisaties zich in dit verband zien gesteld, is uit te werken hoe zij kwaliteit concreet stimuleren en een ethische cultuur bevorderen op redacties waar een deel – en een groeiend deel – van het nieuws door freelancers wordt gemaakt. Freelancers zijn immers veel minder blootgesteld aan regels van een redactie die vaak op informele wijze voor het navolgen van normen kunnen zorgen.

 

Onderwijs

Onderzoek laat ook zien dat onderwijs voor journalisten in het algemeen, en onderwijs in (journalistieke) ethiek in het bijzonder, de kwaliteit van ethische besluitvorming op de redactie-vloer ten goede komt. Studenten die dit onderwijs volgen zijn minder absoluut in hun oordelen, hebben meer gevoel voor grijze gebieden in de ethiek, betrekken meer verschillende argumenten bij hun oordelen en zijn beter in staat hun beslissingen te motiveren. Meer aandacht voor ethische vaardigheden in het journalistieke onderwijs is daarom een belangrijke optie om de kwaliteit van de journalistiek te bevorderen, aanvullend op en bijdragend aan het commitment van redacties en nieuwsorganisaties aan journalistieke ethiek en kwaliteit.

 

Nieuwe uitdagingen

Het door ons geïnventariseerde onderzoek heeft vooral betrekking op een periode waarin het internet nog geen grote rol speelde. Maar de recente opkomst van de online journalistiek, user-generated content, sociale media en nieuwsblogs betekent volgens ons niet dat belangrijke journalistieke normen hun waarde verliezen. Wat wel verandert, is dat de rechtvaardigingsdruk op journalisten toeneemt en een afstandelijke gatekeeper-rol voor het nieuws onder vuur komt te liggen.

In het bijzonder zien wij dat er in de samenleving meer behoefte ontstaat aan een individuele en persoonlijke verantwoording van de journalist aan zijn of haar publiek. Gebruikers vragen meer persoonlijke betrokkenheid van de producenten van het nieuws. Het wordt dus in een tijdperk van interactieve en sociale netwerken steeds belangrijker dat individuele journalisten hun geloofwaardigheid naar individuele gebruikers bevorderen.Ook de toenemende rol van freelance en zelfstandig werkende journalisten draagt hieraan bij.

We zien hier een belangrijke paradox opdoemen. De bestaande journalistieke codes spreken met name individuele journalisten aan, en dit vooral op vrijwillige basis. Navolging van deze codes blijkt in de praktijk echter sterk af te hangen van invloeden op het niveau van de redactie en nieuwsorganisatie. Vandaar dat wij pleiten voor een beleid waarmee redacties en nieuwsorganisaties hun verantwoordelijkheid voor de journalistieke kwaliteit nemen. Tegelijkertijd nemen wij twee nieuwe ontwikkelingen waar die juist de rol van de redactie beperken: Vanuit de samenleving komt een roep om individuele verantwoording van journalisten. De bestaande codes voorzien daar tot nu toe blijkbaar onvoldoende in. En aan de kant van de journalistiek zien we meer en meer zelfstandig werkende (freelance en/of online) journalisten, die niet aan een redactie zijn gebonden.

Deze laatste ontwikkelingen betekenen volgens ons dat er naast het voorgestelde beleid op het niveau van de redactie ook een toenemende behoefte zal zijn aan een – mogelijk meer bindende – code voor individuele journalisten. Een redactie zal zich in de toekomst niet alleen als organisatie moeten committeren aan het stimuleren en faciliteren van kwalitatief goede journalistiek. Zij zal ook in toenemende mate van journalisten (in vaste dienst en freelancers) gaan verwachten dat deze zich persoonlijk aan journalistieke normen committeren en daarover ook van hun kant verantwoording afleggen aan het publiek.

Omgekeerd zullen zelfstandig werkende journalisten door opdrachtgevers en publiek gevraagd worden hun commitment aan journalistieke kwaliteit en transparantie uit te drukken. Een persoonlijke, meer verplichtende code zou in deze gevallen een rol kunnen spelen, naast het eerder bepleite beleid op het niveau van de redactie en nieuwsorganisatie.Onderzocht zou moeten worden in hoeverre zo'n code behalve door redacties ook gedragen kan worden door een zich ontwikkelende virtuele gemeenschap en ethische cultuur van online werkende zelfstandige journalisten.

 

(Het volledige rapport van deze studie is op deze website als afzonderlijk PdF-dossier beschikbaar).