
De commotie rond de bestuurlijke moeilijkheden bij Wegener gaat verder dan de vraag hoeveel arbeidsplaatsen bij deze krantenuitgever worden geschrapt, hoe triest dat ook is. Aan de orde is hoe lang de regionale dagbladsector in Nederland nog bestand is tegen de opgeschroefde winstdoelstellingen van zijn nieuwe eigenaars. Na de financiële strapatsen van Apax bij PCM moet bij Wegener voor eenzelfde aanpak worden gevreesd. Voor de regionale journalistiek is dit geen florissant vooruitzicht. Het gesol met de eigendom van de regionale dagbladen heeft aan de kwaliteit van de journalistiek en aan de inhoud van de lokale democratie al veel schade berokkend.
Regionale dagbladen hebben een belangrijke functie in de gemeenschap. Ze informeren de burger over wat er in zijn omgeving plaatsvindt, en geven achtergrond en commentaar voor de noodzakelijke duiding. De burger wordt het op deze wijze mogelijk gemaakt volwaardig deel te nemen aan de lokale democratie. Voor veel lezers krijgt een regionaal dagblad snel een vertrouwd karakter. Een subtituut is eigenlijk niet voorhanden.
Het is ook om die reden dat er veel verontwaardiging opklonk toen PCM en Wegener op 1 sept. 2005 gezamenlijk het vernieuwde Algemeen Dagblad lanceerden. Vernieuwd omdat onder het AD, een krant met een landelijk karakter, zeven regionale dagbladen waren geschoven die daarmee als zelfstandige titel werden opgeheven. Plotseling werden steden als Den Haag, Rotterdam,Utrecht, Amersfoort,Gouda en Dordrecht beroofd van hun enige zelfstandige dagblad, wat bij veel trouwe lezers in die steden heeft geleid tot het opzeggen van hun abonnement omdat ze zich niet meer in hun regionale dagblad konden herkennen. De informatiestroom van regionieuws die veel lezers als hun culturele anker zagen, was met een andere insteek definitief verlegd.
Per saldo heeft het AD er uiteindelijk niets mee gewonnen. Begin jaren negentig was de oplage van het zelfstandige AD zo’n 460.000. Met de zeven regionale bladen bedroeg de oplage bij de start in 2005 ruim 600.000 abonnees. Volgens de meest recente HOI-cijfers is het AD dit jaar gedaald tot 479.000. De verwachting is gewettigd dat deze trend zich zal voortzetten. Niettemin valt te hopen dat de exploitatiecijfers van het AD niet blijvend zullen verslechteren. Een eventuele val van het AD zou ook eens zo roemruchte titels als Haagsche Courant, Utrechts Nieuwsblad, Amersfoortse Courant, De Dordtenaar en andere definitief naar de geschiedenis verwijzen.
Fusievorming en overnames van dagbladen, het is een ontwikkeling die niet alleen aan deze tijd kleeft. Na een lange periode van zelfstandige titels, is halverwege de vorige eeuw het fusiedenken geleidelijk aan geintroduceerd. In de jaren zestig werden Audet (1966), VNU (1965) en de Perscombinatie (1968) opgericht. La raison d’être werd gezocht in kwaliteitsverbetering van de aangesloten bladen. Nadien vonden meer overnames en fusies plaats, waarbij een kwaliteitsimpuls voor de dagbladen als een gebiedende opdracht werd gepresenteerd.
Een duidelijke omslag in het management van dagbladen deed zich echter voor in de jaren negentig toen PCM de NDU overnam (1995) en toen VNU al zijn regionale dagbladen (BN/De Stem, Brabants Dagblad, Eindhovens Dagblad, De Gelderlander) aan Wegener verkocht (1999). Was het dagbladmanagement tot dat moment altijd nog zorgvuldig geweest om zijn ambities af te stemmen op zijn financiёle mogelijkheden, van toen af kregen gedachten over grootscheepse aanpak en megalomanie de overhand. PCM moest zich voor de overname van de NDU zo diep in de schulden steken dat deze tot op de dag van vandaag als een loden last op het concern drukken. De wanhoopspoging van de PCM-directie om in 2004 de Britse investeringsmaatschappij Apax te charteren teneinde de schuldenlast te verlichten heeft, zoals genoegzaam bekend, een averechtse uitwerking gehad. De Ondernemingskamer in Amsterdam zal hopelijk enige klaarheid brengen in de verantwoordelijkheden.
De omslag ging gepaard met een andere attitude inzake de exploitatie van dagbladbedrijven, waarbij manifest werd dat kwaliteitsverbetering voor de dagbladen niet langer prioriteit meer had. Doordat concerndirecties zich in te gewaagde financiële avonturen stortten, stond en staat hun beleid sindsdien in het teken van het behalen van rendementen. Zoals ook nu weer bij Wegener klinken bij reorganisaties nog slechts overwegingen als de noodzaak tot bezuinigen en de hoge rendementseisen. Over de kwaliteit van het gebodene hoor je nog slechts journalisten spreken. Maar een dagblad is meer dan een marktproduct dat uitsluitend om winstmaximalisatie wordt verhandeld. De opzeggingen van de abonnementen bij het AD zelf en bij de ondergeschoven regionale bladen zijn er een weerspiegeling van. Met het uitsluitend inzetten van financiële doelstellingen wordt de betekenis van een dagblad als belangrijk cultureel goed in het publieke domein schromelijk verwaarloosd.
De structuur van de regionale dagbladpers in Nederland heeft gedurende een tijdsspanne van meer dan een eeuw een uniek karakter gehad. In geen enkel ander land ter wereld was er sprake van zo’n grote diversiteit aan gedrukte media die met speciale regionale kennis en vaardigheid alle uithoeken van het land bestreken. De felle concurrentie tussen de bladen op de snijvlakken van de regio’s was een waarborg voor constante hoge kwaliteit. De ontwikkeling naar de moderne tijd, met tal van overnames en fusies, dreigt dit unieke karakter te ruïneren.
Met uitzondering van enkele dagbladen in het noorden berust de eigendom van de regionale pers in Nederland sinds kort bij drie grote concerns, t.w. De Telegraaf Media Groep, PCM en Wegener. Sinds de Britse investeringsmaatschappij Mecom group plc. in 2006 de Media Groep Limburg (De Limburger, Limburgs Dagblad) van de Telegraaf overnam en in okt. 2007 een belang van 87% nam in Wegener, speelt Mecom een vooraanstaande rol in het landschap van de Nederlandse regionale dagbladen.
Het spreekt voor zich dat deze eigendomsverhoudingen specifiek beleid genereren, waarbij het management vooral belangstelling heeft voor de cijfers van het concern als geheel en die van de afzonderlijke aangesloten bladen daaraan ondergeschikt maakt. Financiёle doelstellingen van het centrale management overstijgen dan gemakkelijk de journalistieke ambities van de afzonderlijke redacties. We hebben het al vaker zien gebeuren. Voor de regionale dagbladsector wordt dit concernbeleid nog extra problematisch: aandacht voor de speciale betekenis die een blad heeft in en voor de individuele regio verslapt onmiskenbaar en is soms geheel afwezig. Zeker nu de prioriteit van de concernleiding uitgaat naar kostenbesparing ter wille van hoge rendementen raakt het regionale aspect volledig op de achtergrond.
Voor het beeld van de regionale dagbladsector in Nederland belooft dit weinig goeds. Uiteraard zijn er de laatste decennia steeds meer lokale en regionale radio en tv-stations gekomen die met analoge en digitale middelen een deel van het informatie-aanbod voor hun rekening nemen. Deze audiovisuele media hebben zich vaak al definitief gevestigd.
Maar gedrukte media zijn nog steeds van een andere orde. Ze beschikken over de noodzakelijke specifieke redacties die alle journalistieke rubrieken bestrijken en zijn daarom completer in hun nieuwsaanbod. Daardoor fungeren ze vaak zelfs als belangrijkste nieuwsbron voor de audiovisuele en digitale media in de regio. Bovendien zorgen ze meer dan radio en tv voor de noodzakelijke verdieping die de burger kan helpen zich een mening over ontwikkelingen te vormen. Als bakens van de regionale en lokale democratie zijn ze moeilijk te vervangen.
Voor de ontwikkelingen bij Wegener ziet het er al evenzeer somber uit. Van de terminologie die door de concernleiding wordt gebezigd is helaas al vaker vernomen. En na het Apax-echec bij PCM wordt al bijna een vertrouwd beeld zichtbaar: Angelsaksische broodheren die gebiologeerd zijn door hoge rendementen omdat hun aandeelhouders daarom vragen. Mecom-topman David Montgomery etaleert zich weliswaar graag als uitgever van kranten, met belangrijke belangen in Nederland, Denemarken, Noorwegen, Duitsland en Polen, maar de doelstelling en de strategie van de Mecom group, zoals in het eigen beleidsplan van het concern omschreven, is die van een kille investeringsmaatschappij. Ook beleggers zijn kennelijk die mening toegedaan. Begin dit jaar verloor Mecom op de beurs een derde van zijn waarde omdat beleggers sneller resultaat willen zien van de recente overnames door Mecom van dagbladen in Nederland, Duitsland en Noorwegen. Het is duidelijk dat hier een relatie ligt met de huidige reorganisatie bij Wegener.
Er is uiteraard niets op tegen dat ook met dagbladen winst wordt gemaakt om het voortbestaan te garanderen. En dat er bij afzonderlijke bladen van het Wegener-concern hier en daar nog kostenbesparingen mogelijk zouden zijn, is niet de discussie. Maar het gewoeker met regionale dagbladen uitsluitend om een hogere beurskoers te bewerkstelligen contrasteert in ernstige mate met de maatschappelijke rol die zo’n dagblad in de Nederlandse, democratische samenleving speelt. Die rol van een dagblad als drager van het culturele bewustzijn van een regio, staat haaks op overtrokken rendementseisen.
De schrijnende discrepantie die hier zichtbaar is, ligt ten grondslag aan de jongste gezamenlijke actie van de hoofdredacteuren van de Wegener-bladen. Ze verklaart ook de cynische houding vanuit de Nederlandse journalistiek jegens agressieve concerndirecties, zeker die van buitenlandse signatuur, die steeds weer de noodzaak van reorganisaties met een telling-selling-methodiek proberen door te drukken. Dat bij Wegener de argwaan groter wordt is volledig verklaarbaar. Juist deze week nog werd bekend dat in Duitsland bij de Berliner Zeitung, eveneens eigendom van Mecom, 30 journalisten moeten verdwijnen.
Inmiddels is ook de Raad van Commissarissen van Wegener opgestapt “wegens voortdurend verschil van mening met de Mecom Groep over governance van Koninklijke Wegener en de benoeming van een nieuwe CEO (bestuursvoorzitter)”.
De crisis in het bestuur van Wegener is nu compleet. De toekomst van het concern ongewis.
Voor de journalistiek in Nederland is het de hoogste tijd om in het beheer van dagbladen de bakens te verzetten. Helaas is daarbij het redactiestatuut, dat unieke instrument van bevoegdheden voor journalisten binnen hun eigen bedrijf, in de turmoil van overnames en fusies verworden tot een schaamlap.
Bij het streven naar nieuwe structuren in de dagbladwereld gaat het er uiteraard niet om de vooruitgang te negeren of te belemmeren. Maar wel om andere argumenten mee te wegen dan uitsluitend de financiёle inhaligheid van de concerndirecties. In een tijdperk waarin de gedrukte media het moeilijk hebben biedt kwaliteit immers de enige kans van overleven.
Jan van Groesen
Media-ombudsman Nederland