Dossiers


Media laten zich meeslepen door de mantra van de politiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

De effectiviteit van journalistieke codes: een literatuurstudie

door Richard van der Wurff en Klaus Schoenbach
Lees verderverder

Effectiviteit van journalistieke codes (PDF 507 Kb)

Dr. Richard van der Wurff Prof.dr. Klaus Schoenbach
Lees verderverder

MON en ONO willen ombudsman NOS terug

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Geen aparte gedragscode voor internet-journalistiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Threats to ethical journalism in the New Media age

door Prof. dr. Edward Wasserman
Lees verderverder

Positie media-ombudslieden behoeft versterking

 

door Jan van Groesen

 De positie van ombudslieden bij nieuwsmedia moet worden versterkt. De noodzakelijke zelfregulering van de journalistiek krijgt daarmee meer gestalte, wat de onafhankelijkheid en de kwaliteit van de nieuwsmedia bevordert.
Het is een conclusie die dezer dagen met enige urgentie werd getrokken tijdens de jaarconferentie van de Organisation of News Ombudsmen (ONO) in Stockholm. Ze weerspiegelt de zorg die er binnen het journalistieke métier bestaat dat de zelfcontrolerende en bemiddelende rol van de ombudsman in het gedrang dreigt te komen. De ONO is een mondiale organisatie waarbij ombudslieden vanuit alle continenten zijn aangesloten. Ze stelt zich ten doel het functioneren van ombudslieden optimaal te faciliteren.
 
Wie er vanuit gaat dat de ombudsman een van de beste instrumenten is tot zelfregulering van de pers, kan de zorgen van de ONO invoelen. In alle delen van de wereld liggen de nieuwsmedia onder vuur en worden de oproepen aan de journalistieke beroepsgroep tot meer transparantie en het nemen van verantwoordelijkheid, niet in de laatste plaats ook in Nederland, steeds luider. Een functionaris bij een nieuwsmedium die enerzijds de journalistieke zuiverheid van zijn eigen medium controleert, en anderzijds als trait-d’union fungeert tussen zijn journalistieke collega’s en het publiek (lezer, kijker, luisteraar) kan bij uitstek vorm geven aan zelfregulering, aan openheid en verantwoordelijkheid.
 
Dat er zorgen bestaan over de toekomst van dit ombuds-instituut is alleszins begrijpelijk. Met name in de westerse democratische wereld is een ontwikkeling zichtbaar naar terugloop van het aantal media-ombudslieden, terwijl uitbreiding gepast zou zijn. In de Verenigde Staten, de feitelijke bakermat van de media-ombudsman, zijn het afgelopen jaar een aantal ombudsmanfuncties bij dagbladen weggestreept. Het formele argument dat voor het opheffen van de functies wordt gegeven is vaak dat de media het zich, in een tijd waarin men nauwelijks het hoofd boven water kan houden, niet langer financieel kunnen veroorloven een dergelijke functie aan te houden. Veel van de conferentiegangers in Stockholm achten dit een drogreden. Men vermoedt dat de directie bij het opheffen van de functie vaak handelt onder druk van de eigen journalistieke medewerkers die er niet van gecharmeerd zijn dat een collega hen corrigeert of zelfs terechtwijst.  
Een andere reden dat het aantal media-ombudslieden dreigt terug te lopen is van praktische aard. Bij dagbladen in de Verenigde Staten en in enkele Europese landen worden journalistieke ombudslieden soms vervangen door juristen.Veel media-directies willen zich graag wapenen tegen de mondige burger die hen aansprakelijk stelt voor onjuiste of smadelijke berichtgeving en het kan in een dergelijk geval geen kwaad wat juridische deskundigheid in huis te hebben. Ook in Nederland is een tendens naar terugloop van het aantal ombudslieden bij de nieuwsmedia zichtbaar. Een van de oorzaken daarvan is dat bij overnames of fusies van dagbladen dergelijke functies vrij snel worden geslachtofferd.
 
Het totaalbeeld van de ombudslieden is echter niet zo somber als het lijkt. In enkele landen van Latijns-Amerika zijn verhoudingsgewijs veel media-ombudslieden actief en in Afrika en Azië zijn er aanzetten tot een wat bredere introductie van de media-ombudsman.
 
 
Voor ONO is het niet eenvoudig om als organisatie een stevige vuist te maken. Haar pleidooi tot versterking van de positie van de media-ombudsman is in het belang van een zelfregulerende en onafhankelijke pers. Maar om dat doel te bereiken zullen enkele intrinsieke drempels moeten worden weggenomen. Er zijn immers vele tientallen verschillende vormen van media-ombudslieden waarbij de een zich opwerpt als PR-vertegenwoordiger van zijn nieuwsmedium en de ander als een mediator om de nieuwsconsument aan zich te binden. Ombudslieden met een werkelijke onafhankelijke status en een gezaghebbende uitstraling zijn helaas in de minderheid,waarbij de media-ombudslieden in enkele westerse landen, waaronder  Nederland, er in gunstige zin uitspringen.
Binnen ONO is een jaar of wat geleden de aanzet gegeven tot het ontwerpen van een gedragscode voor alle bij haar aangesloten ombudslieden. In het belang van de persvrijheid en het zelfregulerend vermogen van de nieuwsmedia, verdient het aanbeveling dat een dergelijke universele gedragscode wordt geïmplementeerd.
 
De Stichting Media-ombudsman Nederland stelt momenteel een wetenschappelijk onderzoek in naar het functioneren van ombudslieden bij de nieuwsmedia. De Stichting hoopt komend najaar de resultaten van dit onderzoek te kunnen presenteren.