
Dat refrein hebben we, voornamelijk in zichzelf progressief noemende kringen, al vaker gehoord: over Theo Van Gogh, over Ayaan Hirsi Ali, over de Franse beurettes die de groep ni putes ni soumises oprichtten om het geweld tegen vrouwen in de eigen gemeenschap aan de kaak te stellen, over de tekenaars van de Deense Mohammed-cartoons.
En dat refrein vindt steeds meer ingang. Dat is zeer bedenkelijk, want het fundament van een open, democratische maatschappij is dat je je mening kunt uiten zonder voor je leven te moeten vrezen. Niet degenen die bedreigd worden zijn fout. Fout zijn louter en alleen de fanatici die de vrijheid niet verdragen, en die moorden en dreigen met moord.
Nu is het geenszins de bedoeling de populist Wilders te vergelijken met een fervente verdedigster van de verlichtingsgedachte als Hirsi Ali. Maar ook voor de vrije meningsuiting geldt dat je niet een beetje zwanger kunt zijn. Tot de vrije meningsuiting behoort platte provocatie zoals die welke Wilders (vermoedelijk) bedrijft in zijn filmpje. Elke beperking van die vrijheid, wettelijk of onder druk, is een stap op een zeer glibberig en gevaarlijk pad.
De commotie rond het aangekondigde filmpje is overigens niet ingegeven door verzet tegen provocatie op zich. Men kan rustig op de meest agressieve manier brandhout maken van de bijbel of de evangeliën of het zenboeddhisme, van ons politiek bestel en onze politieke leiders, geen kat die daarom geeft. Want daar dreigt ten hoogste protest, maar geen geweld.
Provocatie wordt plots wel een soort opiniedelict als ze gericht is tegen een geloofsgroep waarvan bepaalde elementen zonder scrupules geweld gebruiken. En daarmee sturen de verdedigers van ‘verantwoordelijk gebruik’ van de vrijheid een gevaarlijk signaal uit. Want ze zeggen eigenlijk dat wie geweld gebruikt, moet ontzien worden. En daarmee moedigen ze juist aan wat ze zeggen te willen voorkomen. Hoe meer men het monster van het fanatisme voedt, hoe driester het wordt.
Natuurlijk is het zo dat vrijheid met verantwoordelijkheid gepaard gaat. Maar men komt opnieuw op een zeer glibberig pad als men een boodschapper de schuld geeft voor de reacties op zijn boodschap, behalve natuurlijk in het geval van rechtstreekse oproepen tot geweld.
De Nederlandse militairen in Afghanistan verkeren in gevaar omdat ze in een oorlogsgebied zijn en tegenover fanatieke moslims, de Taliban, staan. Als Wilders zijn filmpje niet mag maken omdat dit nog extra gevaar kan meebrengen voor de manschappen in Afghanistan, dan opent dat een toch wel gevaarlijke logica.
Want dan is het wellicht ook onverantwoord elke onthulling over een misbruik in Guantanamo, tot en met iets onbeduidends als het doorspoelen van een koran, telkens en telkens weer breed uit te smeren. Of om elke misstap van een westerse soldaat in Afghanistan of elders dik in de verf te zetten. Dat vormt dan ook een extra bedreiging voor Amerikaanse en andere westerse soldaten in oorlogssituaties in moslimgebieden. En dat soort constante kritiek brengt, als je de redenering doortrekt, ook burgers in gevaar, want daardoor wordt haat tegen het Westen aangewakkerd en neemt de kans op aanslagen in westerse landen toe. De lijn tussen ‘verantwoordelijkheid’ en zelfcensuur wordt in een dergelijke logica wel erg dun.
Een ander argument dat dezer dagen vaak gehoord wordt, en dat ook deze columnist regelmatig in de mailbox krijgt, is het verwijt van ‘nodeloze provocatie’. En wat is in godsnaam ‘nodige’ provocatie, en wie zal dat bepalen?
En van verantwoordelijkheid gesproken, het is toch vreemd dat de Nederlandse media en pers sinds weken drukte maken over een filmpje van een kwartier dat nog niemand gezien heeft, en dat men verwerpelijk of gevaarlijk zegt te vinden. Wat een publiciteit voor Wilders. En wat een ijver om alvast de fanatici in de buitenwereld te alarmeren.
,
Mia Doornaert is redactrice buitenland van de Belgische krant De Standaard.