Dossiers


Geen aparte gedragscode voor internet-journalistiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Threats to ethical journalism in the New Media age

door Prof. dr. Edward Wasserman
Lees verderverder

De rol van een journalist in de democratie

Door Prof. Mr. Egbert Dommering
Lees verderverder

De ombudsman als passend kwaliteitsinstrument van de media

door Jan van Groesen
Lees verderverder

De nieuwsombudsman, waakhond of schaamlap?

door Huub Evers
Lees verderverder

De journalistiek moet veel verantwoordelijker omgaan met haar machtspositie

door Jan van Groesen
Lees verderverder

PVV-infiltratie achteraf van vermeende rechtvaardiging voorzien

 

door Huub Evers

 
Het weekblad HP/De Tijd had in de eerste weken van 2010 over publiciteit niet te klagen. De 26-jarige journaliste Karen Geurtsen van dat weekblad infiltreerde bij de PVV en verbleef ruim drie maanden als stagiaire in de buurt van Geert Wilders. Op 8 januari 2010 kwam Geurtsen met haar eerste van vier bijdragen over deze onderneming. De voorpubliciteit werd zorgvuldig geregisseerd en met succes. Alle kranten besteedden aandacht aan dit nieuwe staaltje undercoverjournalistiek. Dinsdagavond 5 januari zat ze bij Nova.
Wat opviel was het feit dat, behoudens door een enkele tv-recensent, vrijwel nergens de vraag werd gesteld naar de aanvaardbaarheid van de methode. Ook in het tamelijk kritiekloze interview in Nova ging het alleen over de heldendaden van de verslaggeefster. Helemaal aan het eind kwam Joost Karhof met wat nog de meest kritische vraag kan worden genoemd: “ Je liep daar vier maanden rond in de wetenschap dat je daar later over zou gaan schrijven, had je het daar niet moeilijk mee?” Geurtsen meldde dat ze zich vooraf toch serieus had afgevraagd of haar werkwijze ethisch wel door de beugel kon. In het eerste artikel komt ze terug op die gewetensvragen: kan ik dat wel maken? Is het maatschappelijk belang groot genoeg? Het siert haar dat ze zich die vragen heeft gesteld, want al haar raadgevers, de hoofdredacteur incluis, maken zich wel erg gemakkelijk van de ethische kant van de zaak af. Het lijkt wel alsof de vraag naar de aanvaardbaarheid van de methode niet gesteld hoeft te worden wanneer er weinig sympathie is voor het doelwit van de infiltratie: de spraakmakende elite heeft het niet zo op de beweging rond Geert Wilders en dus is elke methode op voorhand toegestaan. Wat dit betreft is er overigens niets nieuws onder de zon: toen jaren geleden (1994) journalisten infiltreerden bij de Centrumdemocraten van Hans Janmaat, stelde ook niemand de vraag naar de toelaatbaarheid van de undercovermethode aan de orde.    
Toch is er alle reden om kritisch stil te staan bij deze infiltratie en vooral bij de argumentatie van de kant van de redactie. In hoeverre was er sprake van gerichte en gefundeerde verdenkingen tegen personen of instanties? Was er sprake van zodanig ernstige misstanden dat die met een beroep op het algemeen belang openbaar gemaakt moesten worden? Werd eerst al het redelijkerwijs mogelijke gedaan om er langs de gewone weg achter te komen, bijvoorbeeld door gedegen research? De enige legitimatie die op dit punt te vinden is, is de poging van een collega-journalist om eerst met open vizier binnen te komen. Toen dat niet lukte (“we werken nooit mee aan dit soort verzoeken”), was de weg vrij voor de infiltrant.
De hoofdredacteur van HP/De Tijd meldt in zijn woordje vooraf, dat de intelligente zwevende kiezer recht heeft om te weten of de PVV al dan niet deugt. Hij vindt het ‘ontluisterend’ hoe gemakkelijk het was om binnen te komen. Er is, met dank aan de journaliste, gebleken dat er sprake is van een ernstig lek in de beveiliging van Geert Wilders en het is van groot maatschappelijk belang dat dat lek snel wordt gedicht. Zo wordt een maatschappelijke ontwrichting als die na de moord op Pim Fortuyn voorkomen. Het staat er echt! Hier wordt op een handige manier oorzaak en gevolg omgedraaid. Uit de infiltratie is gebleken dat de beveiliging van Wilders te wensen overlaat (“ik had hem tientallen keren kunnen doden”) en die conclusie wordt met terugwerkende kracht gehanteerd als motivering om de hele operatie te ondernemen.
Aan de gangbare ethische normen, zoals bijvoorbeeld verwoord in de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, voldoet de operatie volgens mij dan ook in het geheel niet. Aan de wens van de (hoofd)redactie om HP/De Tijd aan een forse dosis publiciteit te helpen zonder twijfel wél! 
 
Dr. Huub Evers is media-ethicus en lector aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Hij maakt deel uit van het Curatorium van de Stichting Media-ombudsman Nederland.