Dossiers


Media laten zich meeslepen door de mantra van de politiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

De effectiviteit van journalistieke codes: een literatuurstudie

door Richard van der Wurff en Klaus Schoenbach
Lees verderverder

Effectiviteit van journalistieke codes (PDF 507 Kb)

Dr. Richard van der Wurff Prof.dr. Klaus Schoenbach
Lees verderverder

MON en ONO willen ombudsman NOS terug

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Geen aparte gedragscode voor internet-journalistiek

door Jan van Groesen
Lees verderverder

Threats to ethical journalism in the New Media age

door Prof. dr. Edward Wasserman
Lees verderverder

Vragen aan de journalistiek over Duyvendak-hype

Door Jan van Groesen
 
Er zijn al veel vragen gesteld over de wijze waarop Wijnand Duyvendak zijn gemoed heeft willen luchten rond zijn deelname aan het activisme van de jaren tachtig. Binnen GroenLinks zal de discussie over de mogelijke antwoorden nog wel even aanhouden aangezien binnen deze partij veel van de activisten van destijds onderdak hebben gevonden. Maar over de rol die de journalistiek in deze zomerhype heeft gespeeld , is tot nu toe weinig gezegd. Uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid is daartoe alle aanleiding, waarbij niet alleen  aan de orde is of de nieuwsmedia bij hypevorming een initiёrende danwel aanblazende invloed uitoefenen. Zeker ook zal aandacht moeten worden besteed aan de vraag waarom  media deze overdreven vorm van berichtgeving verzorgen in het licht van de verantwoordelijkheid die zij dragen in een democratische samenleving.
 
Duyvendak gaf begin augustus zelf de aanzet tot de hype door een scherper getoonzette uitnodiging te versturen voor de presentatie van zijn boek “Klimaatactivist in de politiek” , dan hij naar zijn zeggen had beoogd. Hoewel zijn erkenning daarvan in het tv-programma NOVA bedoeld was om de schade te beperken, had hij klaarblijkelijk emoties in beroering gebracht die uiteindelijk tot zijn vertrek als Kamerlid hebben geleid.
Sinds de eerste opwinding zich ontvouwde is vanuit de samenleving, niet in het minst door historici, herhaaldelijk de vraag gesteld waarover deze ophef eigenlijk gaat. Het activisme van de jaren tachtig vormt immers geen brandend probleem in Nederland, ook al dragen de inbraken van destijds en de bedreiging van personen weinig goedkeuring weg. Met zijn “coming out” heeft Duyvendak echter vooral de discussie binnen de kleine groep van activisten geopend over haar gedrag van toen. Al wat dit meer is dan een zelfreiniging van Duyvendak cs. verdient het in deze relatieve context te worden beschreven.
 
De nieuwsmedia kunnen uiteraard niet aan een oprisping als die van Duyvendak voorbijgaan, maar de maat moet passen bij de inhoud. Daarvan was nauwelijks of in het geheel geen sprake. Gedurende twee weken figureerde het item prominent in de kolommen van de kranten en de tijdschriften, op de televisieschermen en op de websites, waarvan op zichzelf al een versterkend effect uitgaat. En zoals het aan een nieuwshype inherent is, volgt dan snel de overdrijving, de vergroving en de karikatuur. Joost de Haas en Bart Mos laten in De Telegraaf een oud-politierechercheur zeggen dat binnen de kraakbeweging, waartoe Duyvendak behoorde, de idee bestond om een cocktail van sperma te maken teneinde een kind van de kraakbeweging te produceren. “Het plan had iets weg van het Lebensborn-project waarmee de nazi’s Arische kinderen wilden creёren”, zo tekent De Telegraaf op. Volkskrant-columnist Hans Wansink vergelijkt Duyvendak met Gerry Adams van Sinn Fein, de politieke tak van de provisional IRA die jarenlang in Noord-Ierland in een oorlog was verwikkeld waarbij naar schatting 3500 mensen het leven lieten, en GeenStijl.nl noemt Duyvendak “de Karadzic van de lage landen” en “de Andreas Baader van GroenLinks”, met dit laatste verwijzend naar de terroristische Baader-Meinhof-groep in de jaren zeventig in de Duitse bondsrepubliek.
 
Het zijn vergelijkingen van een twijfelachtige aard die de werkelijkheid van de jaren tachtig geweld aandoen en die niet bijdragen aan het inzicht waarom Duyvendak plotseling meent dat over die periode door de activisten verantwoording moet worden afgelegd. Het zijn evenzeer onmatige vergrovingen die de indruk geven dat ze de toon moeten zetten van een nieuwe flinkheid in de journalistiek, en die als zodanig ook gemakkelijk kopieergedrag uitlokken. De woordvoerder van ROVER, Rikus Spithorst, was in deze gehypete sfeer  kennelijk de maat der dingen kwijtgeraakt en uitte in een column bedreigingen aan het adres van GroenLinks-leider Femke Halsema, waarna hij door zijn werkgever van zijn functie werd ontheven.
 
In hoeverre de overdrijving en de vergroving hebben bijgedragen aan het vertrek van Wijnand Duyvendak als Kamerlid is natuurlijk moeilijk vast te stellen, zeker nu hijzelf de aftrap voor zijn deconfiture heeft gegeven. Dat Duyvendak over de onzorgvuldigheid van de media klaagt, is desondanks begrijpelijk. De journalistiek dient met gepaste afstandelijkheid en zorgvuldige weging haar licht over deze kwestie te laten schijnen. In plaats van gechargeerde en karikaturale beelden op te roepen, behoort het activisme van de jaren tachtig in het perspectief van het tijdsbeeld te worden geplaatst. Ongenuanceerde overplaatsing naar de tijd van nu ontbeert de noodzakelijke relativering en doet aan de feiten geen recht. De activisten van toen vormden geen homogene groep, maar vertoonden juist een bonte verscheidenheid waarbinnen geen consensus bestond over welke actiemiddelen men geoorloofd achtte.
 
 Het initiёren of aanjagen van nieuwshypes door de nieuwsmedia draagt grote risiso’s in zich voor het weergeven van de werkelijkheid. Hypevorming kenmerkt zich door snelheid en oppervlakkigheid en biedt geen tijd voor diepgang en reflectie. Door een hype worden in de geest van mensen beelden vastgezet die moeilijk kunnen worden geredresseerd als er pas in een latere fase ruimte komt voor de noodzakelijke nuancering. Femke Halsema heeft er nu waarschijnlijk haar handen vol aan. Nadat ze als leider van GroenLinks de eerste dagen van de kwestie Duyvendak zeer behoedzaam had geopereerd, kwam ze plotseling met een hard oordeel naar voren over de onaanvaardbaarheid van illegale, buitenparlementaire acties, wat juist in haar partij opnieuw commotie bracht. De hypevorming had daarmee een nieuwe impuls gekregen. In dat licht kan het voor GroenLinks en de gehele politiek geen kwaad om het maatschappelijke vraagstuk van de burgerlijke ongehoorzaamheid ook in dit moderne tijdsbestek nog eens onder de loep te nemen.
 
De journalistiek moet zich ervan bewust zijn dat ze een specifieke, eigen verantwoordelijkheid draagt die slechts wordt gediend door feitelijke en kritische verslaggeving over wat zich in de samenleving afspeelt. Het informeren van de burger opdat deze zelf kan oordelen en op grond daarvan zijn democratische recht kan uitoefenen, is een taak die niet mag worden onderschat. Deze taak wordt niet gediend door publiciteitsbewuste politici zonder kritische bejegening de ruimte te geven om de door hen gezochte aandacht, eventueel door middel van hypevorming, naar zich toe te trekken. Evenmin is deze taak ermee gediend als de media zelf nieuwshypes veroorzaken door vergroving en overdrijving en door opzichtig kopieergedrag uit een vermeende angst iets te missen wat de concurrent wel heeft. Juist in tijden waarin de media het moeilijk hebben, wordt er hun geloofwaardigheid niet door bevorderd.
 
De treurige gang van zaken rond de Fitna-film van Wilders, die maandenlang de “headlines” haalde zonder dat men ook maar iets van de inhoud kende, bewijst dat er journalistieke moed voor nodig is om niet aan hypevorming mee te doen. Soms zien we daarvan een voorbeeld, dat helaas te weinig aandacht krijgt om navolging te vinden. Toen PVV-Kamerlid Hero Brinkman begin dit jaar commotie veroorzaakte met zijn uitspraken over corruptie op de Antillen, besloot RTL Nieuws aan die uitspraken geen aandacht te besteden. De redactie van RTL wilde zich niet als spreekbuis laten gebruiken van een Kamerlid dat met verbale krachtpatserij zichzelf en zijn partij in de schijnwerpers wilde plaatsen.
 
Jan van Groesen
Media-ombudsman Nederland